|
Net als bij de mens wordt de gebitsverzorging bij
de hond steeds verder ontwikkeld.
Het gebit vormt dan ook een belangrijk onderdeel van het lichaam en heeft een aantal
belangrijke functies.

Ten eerste wordt het gebit gebruikt voor het grijpen, afbijten, kauwen en
vermengen van het voedsel met speeksel, om zo
de vertering goed te laten verlopen.
Ten tweede dient het gebit om aan te vallen en t verdedigen.
Daarnaast geeft het ook vorm aan het gelaat van de hond.
In feite is het gebit voor de hond net zo onmisbaar al voor de mens.
Daarom krijgt het in dit verhaal wat extra aandacht.
Allereerst wil ik de bouw van een gebitselement, dat wil zeggen tand of kies, en zijn
verankering in het kaakbot bespreken. Voorts komt een aantal veel voorkomende
gebitsafwijkingen aan de orde.
Uiteraard wordt aandacht besteed aan wat u zelf kunt doen om het gebit van uw hond gezond
te houden.
ONTWIKKELING EN BOUW
De ontwikkeling van de gebitselementen begint al voor een pup wordt geboren er gaat door
tot op zes a zeven maanden.
Bij de geboorte zijn de tanden en kiezen nog niet te zien.
Ze breken door op een leeftijd van twee tot vier weken.
Het melkgebit is volledig rond de leeftijd van twee maanden.
Het bevat dan 28 elementen.
Zowel onder als boven zijn dit zes snijtanden, twee hoektanden en zes valse kiezen.
Vanaf ongeveer drie maanden worden de melkelementen vervangen door blijvende tanden en
kiezen: er wordt dan gewisseld. Op een leeftijd van zes tot zeven maanden is dit voltooid.
Het blijvende gebit bestaat uit 42 tanden en kiezen.
Boven zijn dit zes snijtanden, twee hoektanden, acht valse kiezen en vier ware kiezen.
Onder zien we zes snijtanden, twee hoektanden, acht valse kiezen en zes ware kiezen.
Een gebitselement bestaat uit drie delen:
1) De kroon, het gedeelte dat boven het tandvlees uitsteekt.
2) De tandhals, het verbindingspunt tussen de kroon en de wortel. Deze wordt bedekt door
het tandvlees.
3) De wortel, het gedeelte dat in het kaak- bot verankerd is.
De buitenste laag van de kroon wordt glazuur genoemd.
Glazuur is het hardste materiaal in het lichaam.
De buitenste laag van de wortel heet cement.
Een gebitselement staat vast in de kaak met vele kleine bandjes, die aan de ene kant
verankerd zijn in het cement en aan de andere kant in het kaakbot.
De bandjes zijn iets elastisch, waardoor het element als het ware verend is opgehangen in
de kaak.
De schokken, die door het kauwen ontstaan, kunnen door deze bandjes worden opgevangen.
Aan de binnenkant van de glazuur- en cementlaag bevindt zich de tandbeenlaag.
Tandbeen is iets harder dan bot, maar minder hard dan glazuur.
Het tandbeen bevat kleine kanaaltjes.
In deze kanaaltjes lopen zenuwen en bloedvaatjes.
In tegenstelling tot glazuur is tandbeen gevoelig.
Als het aangetast is, doet dit pijn: kiespijn.
Binnen de laag tandbeen bevindt zich de tandholte.
Deze is gevuld met het tandmerg.
Het tandmerg bestaat uit bloedvaten, zenuwen en verbindingsweefsel.
Het tandmerg zorgt voor de voeding en het gevoel van het element.
Hierna volgen enkele veel voorkomende gebitsafwijkingen.
DUBBELE MELKELEMENTEN
Zoals hiervoor al beschreven, worden bij het wisselen de melkelementen vervangen door
blijvende tanden en kiezen.
Dit gebeurt op een leeftijd tussen drie en zeven maanden.
Onder de melkelementen bevinden zich in het kaakbot de blijvende elementen.
Als het melkgebit is doorgebroken, beginnen de blijvende tanden en kiezen te groeien.
Door deze groei drukken ze tegen de wortels van de melkelementen.
De wortels lossen hierdoor op en de melktanden en -kiezen vallen dan uit.
Er komt ruimte voor de blijvende tanden en kiezen om door te breken.
Soms is er een verstoring in het oplosproces van de wortels van de melkelementen.
De melktanden en -kiezen kunnen dan in de kaak blijven staan, terwijl de blijvende tanden
of kiezen al doorbreken.
Een aantal afwijkingen kan hierdoor ontstaan.
Het melkelement neemt namelijk de plaats in van het blijvende element.
De blijvende tand of kies kan hierdoor een afwijkende stand gaan innemen.
Er ontstaat dan een slecht gevormd gebit en de boven- en onderkaak passen vaak niet meer
goed op elkaar.
Als het niet goed past, kan een hond natuurlijk niet goed bijten en kauwen.
Er komen teveel elementen in de kaak te staan.
Er ontstaat ruimtegebrek, waardoor andere blijvende tanden en kiezen ook een afwijkende
stand krijgen.
Tussen de melk- en de blijvende elementen blijft gemakkelijk vuil zitten.
Met bacteriën erbij kan zo een tandvleesontsteking ontstaan.
De hond gaat hierdoor uit de mond stinken en de ontsteking kan zich langs de tanden en
kiezen uitbreiden.
De ophangbandjes worden vervolgens aangetast en het element komt los te staan.
Zo kunnen blijvende tanden en kiezen dus verloren gaan.
Hiervoor zal nooit een ander element terug kunnen komen.
Op een gegeven moment heeft de hond dan zelfs te weinig tanden en kiezen in de mond.
Naast het feit dat de hond dan kiespijn heeft, kan hij ook niet goed kauwen.
Dubbele melktandjes komen bij de kleine rassen, zoals de Yorkshire Terrier, de Teckel en
de Maltezer aanmerkelijk vaker voor dan bij de grotere rassen.
Er wordt gedacht dat het voor een deel toch erfelijk is.
Het is beter om met honden die dit hebben gehad,niet verder te fokken.
De kans dat hun pups het ook krijgen, is namelijk groter dan bij pups van honden die geen
dubbele melktanden hebben gehad. Het is dus belangrijk bij de pup die aan het wisselen is,
dat er geen dubbele elementen komen te staan.
Als dat bijvoorbeeld langer dan twee weken duurt, is het verstandig naar de dierenarts te
gaan.
De schade die anders aan de blijvende tanden of kiezen kan ontstaan, is vaak onherstelbaar
en uw hond moet tenslotte nog zijn hele leven met dit gebit doen.
Wie gunt zo'n lief puppy nou kiespijn?
Als er al wat beweging in de melktandjes zit, kunt u proberen ze los te krijgen door ze
vele malen per dag aan de punt wat heen en weer te bewegen.
U kunt de melktandjes gemakkelijk van de blijvende tanden onderscheiden.
Ze zijn namelijk vlijmscherp.
Dit zult u ongetwijfeld tijdens het spelen wel eens gevoeld hebben.
Oppassen voor uw vingers dus!
Het heen en weer bewegen zal het oplosproces van de wortels bevorderen.
Lukt het niet, dan moeten de dubbelstaande melktanden onder algehele anesthesie (verdoving)
worden getrokken om te voorkomen dat er later een slecht gebit ontstaat.
TAND- EN KIES
FRACTUREN
Een breuk van een element kan op verschillende manieren ontstaan.
Soms gebeurt dat omdat een element is aangetast door rotting of cariës (gaatjes).
In vele gevallen is de oorzaak een beschadiging van buitenaf, bijvoorbeeld een
(verkeers)ongeluk, een gevecht of het kauwen op stenen of andere harde voorwerpen.
Het is belangrijk, dat een gebroken element vrij snel, liefst nog dezelfde dag, door een
dierenarts wordt onderzocht.
De hond kan er namelijk flink pijn aan hebben en zoals velen van u weten is tand- of
kiespijn erg onplezierig.
Het doet bij uw hond echt net zo zeer als bij uzelf!
Hoe eerder de hond de pijn kwijt is, des te beter het is.
Tevens is de kans, dat een tand of kies behouden kan worden groter als er eerder wordt
behandeld.
Soms zal een röntgenfoto noodzakelijk zijn om de schade aan de wortel te bepalen.
Als de tandholte open is, u kunt dan meestal bloed zien, kan de inhoud gaan ontsteken en
kan er een wortelontsteking ontstaan. Het element kan hierdoor verloren gaan.
Als de breuk te uitgebreid is, wordt het element getrokken.
Als de tand in een aantal stukken is gebroken, is deze niet meer te vullen.
Door de scheuren in de tand zal deze toch gaan ontsteken, omdat de bacteriën door de
scheuren heen de tand indringen.
De tand zal op den duur uitvallen, maar dan pas na veel pijn.
In een gunstig geval kan de breuk afgedekt worden met een vulling.
Zo heb ik een keer een Golden Retriever van drie jaar op het spreekuur gehad, die de
punten van de beide onderhoektanden afgebroken had.
Oorzaak was het opvangen van een steen, die door een kind naar hem toe gegooid werd.
Ik heb toen de toppen van beide hoektanden vlak gemaakt.
Daarna heb ik ze beide gevuld.
Zo konden allebei de hoektanden voor deze hond behouden blijven.
Als de eigenaar niet of veel later gekomen was, had de hond misschien beide
onderhoektanden moeten missen.
Hij had dan een ingevallen onderkaak gekregen en had veel moeilijker dingen kunnen pakken
of vasthouden.
Ook eten zou veel moeilijker zijn geworden.
Als de tandholte al ontstoken is, kan er een wortelkanaalbehandeling (zenuwbehandeling)
gedaan worden.
De tandholte wordt leeggemaakt en er wordt een vulling ingezet.
De tand is dan dood, maar kan zijn funktie blijven behouden.
Door specialisten in de tandheelkunde is het mogelijk in sommige gevallen een kroon te
zetten.
Een dierenarts zou dit ook in samenwerking kunnen doen met een tandarts.
De dierenarts zorgt dan voor de narkose en de tandarts voor het reparereren van de
tand.
Dit laatste is een bijzonder dure behandeling en wordt vrijwel alleen gedaan bij zeer
waardevolle honden bijvoorbeeld
politie of bewakingshonder of kampioenshonden.
TANDPLAK EN TANDSTEEN
Een groot percentage van de gebitsafwijkingen wordt veroorzaakt door tandplak.
Het grootste deel van deze afwijkingen bestaat uit ontsteking van de omgevende weefsels,
dus ook de ophangbandjes van de tanden en kiezen.
Een kleiner deel wordt veroorzaakt door cariës (gaatjes).
Cariës is bij de hond echter veel minder belangrijk dan bij de mens.
Het ontstaat ook door aantasting van het glazuur door zuurvorming uit suikers in de
mondholte.
De zuren worden geproduceerd door bepaalde bacteriesoorten.
De soorten die dit het ergste doen, komen bij de hond in de plaklaag veel minder voor dan
bij de mens.
Snoepen is bij honden veel minder belangrijk.
Honden krijgen gelukkig niet zo vaak zoete dingen; die eten de baasjes namelijk liever
zelf op.
Tandplak is een witte één tot twee mm dikke makkelijk afschrapbare laag op tanden en
kiezen.
Het bestaat voor ongeveer 75% uit levende en dode bacteriën.
De andere 25% bestaat uit voedselresten, speekselbestanddelen en
ontstekingsproducten.
Door verkalking ontstaat tandsteen.
Dit is geel tot bruin van kleur en veel moeilijker af te schrappen.
De tandplak veroorzaakt een chronische ontsteking van het tandvlees.
Het tandvlees is dan gezwollen, te rood en bloedt gemakkelijk.
Deze ontsteking, en niet het tandsteen, is de oorzaak van de ondraaglijke stank die dan
uit de hond zijn mond komt.
Met de juiste hygiënische maatregelen is dit te herstellen.
Als de ontsteking langer aanwezig is, kruipt deze verder langs het element en het
tandvlees trekt zich terug.
De ophangbandjes en later ook de wortels worden aangetast.
Er kan zelfs een wortelabces ontstaan.
Een voorbeeld hiervan is een wortelpunt abces van de vierde valse kies in de bovenkaak.
De wortels van deze kies lopen door tot in de kaakholte.
Als deze wortels ontstoken raken, kan de kaakholte ook gaan ontsteken.
Pus kan zich in de kaakholte gaan ophopen en de druk in de kaakholte wordt hoger.
De hond krijgt kiespijn en kaakpijn!
Onder het oog is een dikte te zien.
De hond voelt zich inmiddels goed ziek en zal meestal niet willen eten door pijn en
koorts.
Op een bepaald moment kan het abces naar buiten doorbreken.
Behandeling van deze aandoening bestaat meestal uit het trekken van de kies, het spoelen
van de holte en een kuur antibiotica. De hond heeft dan wel een kies verloren, maar heeft
geen pijn meer.
De behandeling van tandplak, tandsteen en de ontstekingen van het tandvlees bestaat
uittrekken van de ernstig aangetaste elementen en het reinigen van het gebit.
Meestal wordt het tandsteen verwijderd met een ultrasoon apparaat, een trilapparaat.
Het kan ook handmatig met speciale instrumenten gebeuren.
Het doel van het reinigen is het oppervlak van de gebitselementen zo glad te maken dat de
tandplak zich niet goed meer kan hechten.
Bacteriën krijgen dan veel minder kans om ontsteking van het tandvlees te veroorzaken met
alle gevolgen van dien.
Het reinigen kan worden afgesloten met polijsten, waardoor het oppervlak extra glad wordt.
Ernstige ontstekingen worden tevens behandeld met antibiotica, die juist in de mondholte
goed werkzaam zijn.
De antibiotica doden namelijk de bacteriën die de ontsteking veroorzaken.
Erg belangrijk is dat de gebitshygiëne thuis wordt voortgezet.
GEBITSHYGIËNE
Allereerst is het belangrijk te weten hoe u aandoeningen van het gebit en de omgevende
weefsels kunt herkennen.
U kunt één of meer van de volgende symptomen waarnemen:
1) Pijn bij het eten of drinken. Dit kan zich eten of drinken, met de benen langs de' mond
wrijven, met de snuit over de grond schuren, moeilijk of aan één kant kauwen of zelfs
weigeren te eten.
2) Overmatig kwijlen of speekselen.
3) Stank uit de mond. Dit wordt niet veroorzaakt door tandsteen, maar door de tandplak en
de ontsteking van het tandvlees.
4) Bruingelige aanslag op tanden en kiezen.
5) Roodheid en eventueel bloeden van het tandvlees.
Al deze verschijnselen zijn een reden om bij de dierenarts langs te gaan.
Deze zal het gebit en de rest van de hond onderzoeken.
Er zijn namelijk andere lichamelijke aandoeningen die de ontstekingen in de mond kunnen
verergeren, bijvoorbeeld
suikerziekte en chronische nieraandoeningen.
Ook spelen voeding en erfelijke afwijkingen een rol.
Harde brokken zijn beter dan zacht voer, omdat er meer op gekauwd moet worden.
Dit kauwen reinigt de tanden.
Te veel elementen, afwijkende stand bijten en overbijten zijn voor een deel erfelijk.
Er blijft gemakkelijk troep tussen de tanden en kiezen zitten die afwijkend staan.
Bacterie kunnen dan weer makkelijker de beruchte tandvleesontsteking veroorzaken.
Meestal zal de dierenarts het gebit reinigen onder algehele anesthesie en de afwijkende
tanden en kiezen trekken.
Bij ernstige ontstekingen zal de dierenarts antibiotica voorschrijven.
De situatie na het reinigen van het gebit kan in stand gehouden worden door
hygiënische
maatregelen.
Dat wil zeggen: net als bij de mens tanden poetsen, maar dan bij uw hond!
Ook bij uw hond is het belangrijk dat zijn gebit schoon blijft en dat plak en
bacteriën
geen kans krijgen.
Uw hond heeft net zoveel belang bij een gezond gebit als uzelf.
Als u nog nooit tanden gepoetst heeft bij uw hond, zal hij hieraan moeten wennen.
Bij pups zou dit makkelijk in de puppycursus kunnen worden ingevoerd.
Het is namelijk niet moeilijk en u kunt heel simpel beginnen.
Met de hand over de snuit kunt u de lip naar boven houden.
Met een vinger van de andere hand kunt u langs de kiezen en tanden wrijven.
Na de behandeling moet u de hond belonen als hij het goed heeft gedaan.
Als de hond dit goed toelaat, kunt u een nat verbandgaasje om uw vinger winden en zo langs
het gebit wrijven.
U kunt ook speciale tandenpoetsgaasjes voor honden gebruiken.
Belonen is steeds erg belangrijk.
U moet zorgen dat de hond het min of meer leuk vindt.
In verband met de vorming van speeksel tijdens het poetsen, moet de hond af en toe de
gelegenheid krijgen te slikken.
Is het gaasje routine geworden, dan kunt u de hond laten wennen aan een zachte
tandenborstel.
Er zijn speciale hondentandenborstels ontwikkeld waarmee goed achterin en aan de binnenkant
van de tanden en kiezen kan worden gepoetst.
De goede borstels zijn ook wat steviger dan tandenborstels voor mensen.
Als de hond er per ongeluk op bijt, kunnen er geen stukken afspringen.
Pas als de hond goed de tandenborstel toelaat, kunt u eventueel een pasta gaan gebruiken.
Deze bevat onder andere een schuurmiddel om de tanden en kiezen goed schoon en glad te
maken.
Er zit ook een desinfecteermiddel in om de bacteriën te doden.
Om het voor de hond ook wat interessanter te maken, zijn aan speciale
hondentandpasta's
smaakstoffen toegevoegd.
Zo bestaan er bijvoorbeeld pasta's met rundvlees-, kip-, tonijn- en vanillesmaak.
Het poetsen blijft echter het belangrijkst.
Eenmaal per dag poetsen is voldoende om het gebit van uw hond schoon te houden.
Verder is het belangrijk uw hond veel te laten kauwen.
Zo kan hij zelf ook een bijdrage leveren om zijn gebit schoon en sterk te houden.
Harde brokken als voedsel is beter voor het gebit dan zacht voer.
Uw hond moet er meer op kauwen, waardoor de voedselbrokken langs de tanden en kiezen
schuren en het gebit zo ook
gereinigd wordt.
Er is ook vrij veel kauwmateriaal te koop van eetbare kauwbotten tot flostouwen toe.
Deze materialen hebben dezelfde werking als harde brokken.
Bovendien vinden de meeste honden het lekker en leuk om ergens op te kauwen.
Grijp deze gelegenheid aan!
Net zoals bij de mens kan het toch nog nodig blijken af en toe tandsteen te verwijderen en
eventuele ontstekingen te
behandelen.
Daarom is het belangrijk, dat jaarlijks het gebit gecontroleerd wordt.
Dit zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren bij de jaarlijkse inenting.
In geval van een slecht gebit is vaker controle en behandeling noodzakelijk.
Echter als u elke dag zijn tanden poetst en hem wat te kauwen geeft, hoeft het niet zo ver
te komen.
Zo kan ook uw hond oud worden met een gezond en sterk gebit!

© 2000 - 2008 A.v.d.Berg
|