|

Aandoeningen bij de bouvier
Op deze pagina vind u een overzicht van
aandoeningen welke kunnen voorkomen bij de uw bouvier.
Wij hebben ze voor u op alfabetische volgorde gezet.
Van veel aandoeningen is op ons
bouvierforum wel een
onderwerp aanwezig.
|
Arthris
Op de plaats waar twee botten samenkomen, zijn deze bedekt met
een laagje schok absorberend kraakbeen.
Normaal gesproken is dit kraakbeen
zelfherstellend.
Het kan echter voorkomen, zeker op wat latere leeftijd, dat dit laagje op
bepaalde plekken geheel wegslijt.
Het gevolg is dat het onderliggende bot bloot komt te
liggen, hetgeen zeer pijnlijk is als er druk op het gewricht wordt uitgeoefend.
Op den
duur is het gevolg meestal dat er ontstekingen ontstaan aan het bot of aan de omliggende
pezen.
De meeste Arthritis-gevoelige plekken bij een hond zijn de heupen, de knieën en de
rugwervels, maar het probleem kan zich op veel meer plaatsen voordoen.
In sommige gevallen
(als een blessure) en bij bepaalde rassen (door erfelijke afwijkingen) kan arthritis al op
jonge leeftijd ontstaan.
|
|
Babesiosis
Langs de Middellandse Zee bestaat gevaar voor de ziekte
Babesiosis.
Door de beet van een teek kunnen ziekteverwekkers in het bloed van de hond
komen die de rode bloedlichaampjes vernietigen.
De verschijnselen zijn hoge koorts, bloedarmoede en geelzucht.
Tegen deze ziekte is een
dubbele vaccinatie mogelijk (twee entingen met een tussentijd van drie weken), een paar
weken vóór vertrek.
Deze entingen zijn nogal prijzig.
Om die reden wordt ook wel gebruik
gemaakt van een alternatief: één injectie met een medicijn dat vier weken werkt tegen
babesiosis.
Het is dus geen echte enting maar een langwerkende kuur tegen de ziekte.
In
tegenstelling tot een enting moet deze prik vlak voor vertrek worden toegediend (één tot
enkele dagen).
U kunt er zelf voor zorgen dat uw hond zo min mogelijk risico loopt om door
een teek te worden gebeten.
|
|
Chronische achterhandslapte
Chronische achterhandslapte komt veelvuldig voor bij de oudere
hond, dat geleidelijk verschijnselen van achterhandslapte zichtbaar worden; vertraagde
stelreflexen, soms "overkoot" gaan, "wegzakken" en dergelijke.
Daarbij
kunnen klachten optreden zoals pijn in de rug, heupen en knieën, door de achterhand
'zakken' (de omvang van de achterhandspieren neemt af), soms onwillekeurig urineverlies,
chronische blaasontsteking door onvoldoende blaaslediging.
Oorzaken van de
achterhandslapte kunnen onder andere spondylose en ruggenmergdegeneratie zijn.
De
behandelingsresultaten zijn bij spondylose over het algemeen beter dan bij
ruggenmergdegeneratie
|
|
Corona
Corona is een betrekkelijk nieuwe ziekte die vaak in samenhang
met Parvo wordt genoemd en wordt veroorzaakt door een virus dat zich in de ontlasting van
besmette honden bevindt.
De verschijnselen zijn koorts, niet meer eten, braken en een oranje-kleurige diarree, soms
met bloed en slijm (uiterlijk van gemalen rauwe tomaat en een typerende geur).
De kans op
genezing ligt hoger dan bij Parvo maar toch kunnen vooral pups, afkomstig van de markt of
hondenhandelaren, snel aan deze ziekte bezwijken
|
|
Dysplasie
Elke hondenbezitter heeft wel eens gehoord van heup-dysplasie of,
afgekort, HD.
De oorzaak is een erfelijke afwijking, die zorgt voor misvormingen en
vergroeiingen van het bot in het gewricht.
De bol- en komvorm van het gewricht wordt
hierdoor aangetast, evenals een goede vorming van het kraakbeen.
Het gewricht zal op den
duur niet meer normaal kunnen functioneren en de kans op bijvoorbeeld arthritis is groot.
Meestal worden de gevolgen van dysplasie pas op latere leeftijd zichtbaar, maar in extreme
gevallen kunnen de problemen zich ook al bij jongere dieren manifesteren.
|
|
Entschema
Pups kunnen vanaf de leeftijd van 6 weken geënt worden tegen
hondeziekte, parvo en eventueel corona (eerste, voorlopige enting).
Omdat het
afweersysteem nog niet volledig is ontwikkeld, biedt deze pup enting slechts een
voorlopige bescherming tegen deze ziekten.
Als het hondje 12 weken geweest is, krijgt het de eerste grote cocktail tegen hondeziekte,
besmettelijke leverziekte, ziekte van Weil, parvo, kennelhoest en eventueel corona (tweede
enting).
Deze enting wordt na een maand herhaald om de eerste te versterken
(boosteren)-(derde enting).
Na deze drie vaccinaties is het dier er voor een heel jaar
vanaf. In het vervolg is dan jaarlijks één cocktailprik voldoende.
Het is verstandig om het jonge hondje niet aan de ontlasting of onder de staart van andere
hondn te laten snuffelen voordat het alledrie de entingen heeft gehad; pas een week na de
herhalingscocktail, dus vanaf de leeftijd van 17 weken, is het dier volledig beschermd.
Honden die op latere leeftijd voor het eerst worden geënt, krijgen na een maand de
herhalingsenting en vervolgens één cocktail per jaar.
Hetzelfde geldt voor dieren die
jarenlang niet meer zijn geënt.
|
|
Epilepsie
Epilepsie of vallende ziekte is een aandoening van de
hersenschors die er toe leidt dat de patiënt tijdelijk de controle over een deel van zijn
lichaamsfuncties verliest. bekend zij de toevallen waarbij de hond omvalt, hevige
spierkrampen krijgt, schuimbekt en urine of ontlasting laat lopen.
Er zijn echter ook
mildere vormen van epilepsie.
Oorzaken - Zoals gezegd wordt epilepsie veroorzaakt door een storing in de functie van de
hersencellen.
De oorzaak van deze storing kan gelegen zijn in de hersencellen zelf, maar
ook allerlei ziekten elders in het lichaam kunnen de problemen veroorzaken.
In veruit de meeste gevallen is er echter geen duidelijke lichamelijke afwijking te vinden
en is er echter sprake van een kortdurende, tijdelijke ontregeling van de hersenfunctie.
We spreken dan van primaire epilepsie.
Voorkomen - Epilepsie komt regelmatig voor bij honden.
Sommige rassen zijn duidelijk
gevoeliger dan andere (Poedels, Welsh Springer Spaniëls, Duitse Staande zijn
voorbeelden), maar het kan bij ieder ras voorkomen.
Echte (primaire) epilepsie komt zelden
voor bij honden jonger dan acht maanden.
Meestal openbaart de ziekte zich tussen het
eerste en derde levensjaar.
Bij oudere dieren is er vaak een andere oorzaak.
Hierbij kan
gedacht worden aan bijvoorbeeld hersenbloedingen of gezwellen.
Diagnose - Het is voor dierenartsen niet eenvoudig om vast te stellen of een dier
epilepsie heeft.
De toevallen duren zo kort dat de patiënt bijna altijd al weer uit de
aanval is bijgekomen bij binnenkomst in de kliniek.
Het verhaal van de eigenaar is daarom
van groot belang.
We willen graag weten hoe oud het dier is, hoe vaak de aanvallen
optreden, hoelang ze duren, of er ook andere klachten zijn enzovoorts.
Een probleem
hierbij is dat de aanvallen meestal komen als het dier in rust is, dus vaak 's nachts. het
is daarom goed mogelijk dat een dier al meerdere aanvallen gehad heeft voordat het de baas
opvalt.
Bij jonge dieren met een duidelijk verhaal van toevallen is het meestal niet nodig om
uitgebreid onderzoek te doen.
Dit is wel het geval bij oudere dieren, of bij jonge dieren
met meer klachten dan toevallen alleen.
Aanvullend onderzoek kan bestaan uit
bloedonderzoek, röntgenfoto's, hartfilmpjes etc.
Behandeling - Aangezien de aanvallen maar kort duren en vanzelf verdwijnen is het niet
altijd nodig om een epilepsie patiënt te behandelen.
Een vuistregel is dat als het dier
niet vaker dan eens per zes weken een toeval heeft en deze toevallen mild van aard zijn er
geen behandeling nodig is.
Komen toevallen vaker of kort achter elkaar of heeft de patiënt zware toevallen, dan is
het raadzaam het dier te gaan behandelen.
Er zijn een aantal soorten medicijnen die
gebruikt worden bij epilepsie, waarvan fenobarital en het hier van afgeleide mysolin de
belangrijkste zijn.
Bijwerkingen zin slaperigheid en soms leverbeschadigingen.
Momenteel
wordt er onderzoek gedaan naar andere medicijnen, maar de experimenten zijn nog niet
afgerond.
Erfelijkheid - Primaire epilepsie is een aangeboren en waarschijnlijk erfelijk gebrek.
Het
is dus verstandig om niet te fokken met dieren die er aan lijden.
|
|
Hondeziekte
Hondeziekte is een over de gehele wereld voorkomende virusziekte, die zeer besmettelijk
is.
De ziekte kent vele, uiteenlopende symptomen zoals hoesten en neusuitvloeiing, maar
ook blijvend zenuwletsel, waardoor ernstige invaliditeit kan ontstaan.
De ziekte kan op
alle leeftijden voorkomen.
Maar het zijn vooral jonge honden, die acuut ernstig ziek
worden en vervolgens aan de ziekte kunnen overlijden.
Preventie van hondenziekte
In de zeventiger jaren heeft men een opvallende verwantschap ontdekt tussen het virus, dat
Hondenziekte veroorzaakt en het Mazelenvirus.
Het bleek, dat wanneer een hond gevaccineerd
werd met een mazelenvaccin, het dier antistoffen ging maken, die het dier tevens
beschermden tegen het hondeziektevirus.
Het grote voordeel hiervan is, dat de in de pup aanwezige antistoffen van de moeder niet
in staat zijn, om het mazelenvaccin op te ruimen.
Dat maakt het mogelijk om een pup al op
de jonge leeftijd van zes weken te vaccineren en daarmee tijdelijk goed te beschermen
tegen Hondenziekte.
Een aantal weken later dient de pup wederom te worden ingeënt met een
onschadelijk gemaakt hondenziektevirus om zodoende weerstand te verkrijgen.
Bij een
volwassen hond verdient het aanbeveling om deze vaccinatie jaarlijks te herhalen.
|
|
Kennelhoest
Kennelhoest (Infectieuze
Tracheobronchitis) is een aandoening,
die veroorzaakt kan worden door een aantal virussen en bacteriën.
De ziekte dankt zijn
naam aan het feit, dat vooral die honden de ziekte oplopen, die in de
stresssituatie van
een kennel zitten, waarbij veel honden vlak bij elkaar zitten en er voortdurend geblaft
wordt.
Het meest opvallende symptoom van de ziekte is het voortdurend hoesten, luidruchtig
de keel schrapen en soms slijm opgeven.
Kennelhoest wordt voornamelijk veroorzaakt door
een infectie met het Paraïnfluenzavirus, het Adenovirustype 2, of de bacterie Bordetella
bronchoseptica.
Het Paraïnfluenzavirus is zeer besmettelijk en veroorzaakt ontstekingen en kleine
bloedinkjes op het slijmvlies van de luchtwegen.
Het Adenovirus type 3 lijkt in werking
sterk op het Paraïnfluenzavirus en geeft ook ontstekingen in het longweefsel, waardoor
vrij gemakkelijk een bacteriële longontsteking zou kunnen ontstaan.
Bordetella
bronchoseptica is één van de bacteriën, die vaak gevonden wordt bij kennelhoest, of als
een secundaire infectie, of als verwekker van de ziekte.
Preventie van kennelhoest
Bescherming tegen de hierboven genoemde virussen en bacteriën is in ieder geval goed
mogelijk door middel van een jaarlijkse vaccinatie.
Waarmee echter niet bereikt wordt, dat
de betreffende hond absoluut niet meer verkouden kan worden.
Helaas zijn er veel meer
factoren, die een rol kunnen spelen bij het oplopen van een keelontsteking of verkoudheid
(kennelhoest).
|
|
Leishmaniase
Leishmaniase wordt overgebracht door kleine vliegjes.
De verschijnselen zijn
niet zo alarmerend (verminderde conditie, lusteloosheid en huidproblemen, soms pas lange
tijd na terugkomst) maar daardoor des te verraderlijker.
Het is een ernstige ziekte waar
nog veel onderzoek naar moet worden gedaan.
Zo zijn er momenteel nog geen afdoende
medicijnen tegen en is een vaccinatie nog niet mogelijk.
Deze aandoening komt voor in de
binnenlanden van de aan de Middellandse Zee grenzende gebieden alsook in Portugal.
Veel honden daar zijn drager van deze ziekte die in enkel gevallen ook op baby's en jonge
kinderen kan overgaan.
De enige manier om uw hond tegen deze ziekte te beschermen is
vooralsnog hem niet mee te nemen naar deze gebieden.
Omgekeerd wordt ook afgeraden om
zwerfdieren uit deze gebieden mee te nemen, hoe verleidelijk dat ook moge zijn.
|
|
Leverziekte
Hepatitis (Hepatitus Contagiosa
Canis) is een besmettelijke virusziekte, die
vooral verspreid wordt via de urine van geïnfecteerde honden.
De symptomen variëren van
lichte koorts tot een ernstige lever ontsteking, waarbij het dier hoge koorts heeft, niets
eet en uiteindelijk dood gaat.
Soms kunnen de symptomen van besmettelijke leverziekte
lijken op die van de Hondenziekte.
Vooral bij jonge honden kan de ziekte zeer plotseling de
door veroorzaken.
Preventie besmettelijke leverziekte
Hepatitus Contagiosa Canis wordt veroorzaakt door een Adebovirus type 1.
Uit
veiligheidsoverwegingen wordt voor het bewerkstelligen van een goede weerstand tegen deze
ziekte gebruik gemaakt van Adenovirus type 2.
Dit virus geeft naast een goede weerstand
tegen luchtweginfecties ook een goede veilige weerstand tegen besmettelijke leverziekte.
Ook hiervoor raden wij u aan, uw dier tegen leverziekte te vaccineren.
|
|
Nervositeit
Huisdieren moeten zich aanpassen aan de levensstijl van de mens.
Als zo'n levensstijl geleidelijk en binnen bepaalde grenzen verandert, geeft dit in het
algemeen geen bijzondere problemen.
De laatste jaren is de doorsnee levensstijl van de
mens echter snel en drastisch gewijzigd.
Vooral bij de hond zien we gedragsafwijkingen
door aanpassingsmoeilijkheden, zoals nervositeit, onrust, schrikachtigheid en angst voor
onbekende en harde geluiden.
Om een jonge hond voldoende kans te geven zich aan te passen aan zijn nieuwe omgeving is
het noodzakelijk om de pup op de leeftijd van 7 à 8 weken in zijn toekomstige omgeving te
plaatsen.
Deze aanpassing aan zijn omgeving tot de leeftijd van 14 weken is bepalend voor
de rest van zijn of haar leven.
Een rustige, consequente aanpak bij de opvoeding en vooral
regelmaat zijn van belang.
Wacht bij problemen niet te lang met het raadplegen van een
dierenarts.
Een behandeling met een diergeneesmiddel kan er toe bijdragen het gedrag van
het huisdier positief te beïnvloeden.
|
|
Nierproblemen
Nierproblemen bij de hond op jonge leeftijd zijn vaak het gevolg
van aangeboren afwijkingen van de nieren of urine afvoerwegen.
Een ander oorzaak is de
opname van giftige stoffen die de werking van de nieren ernstig aantasten.
Op latere
leeftijd kunnen slecht functionerende nieren ontstaan door regelmatig terugkerende
nierontstekingen, nierstenen of ontstekingen elders in het lichaam (bijvoorbeeld de lever).
Onder "normale" omstandigheden zorgt het bloed voor het vervoer van
voedingsstoffen en zuurstof naar alle delen van het lichaam.
De afbraakproducten die het
lichaam nergens voor kan gebruiken, en in hoge concentraties schadelijk zijn, worden via
het bloed naar de nieren vervoerd.
De nieren filtreren deze afvalstoffen uit het bloed.
Bij dit zuiveringsproces worden ook de nog bruikbare stoffen uit het bloed gefilterd.
De
nieren nemen deze nog "bruikbare" stoffen in een ander gedeelte van de nier weer
op. Dit proces heet "terugresorptie".
Gevolgen van nierproblemen
Afhankelijk welk gedeelte van de nier is aangetast, kunnen filtratie of
resorptiestoornissen optreden
Filtratiestoornis - Het bloed wordt niet goed gezuiverd met als gevolg veel afvalstoffen
(ureum in het bloed).
De verschijnselen hierbij zijn: sufheid, geen eetlust en stinkende
adem(ammoniak)
Resorptiestoornis - Belangrijke stoffen worden niet meer teruggeresorbeerd.
Daardoor
verliest het lichaam heel veel water, zouten en voedingsstoffen.
De verschijnselen hierbij
zijn: Veel drinken, veel en vaak plassen, huid- en vachtproblemen, vermoeidheid en
gewichtsverlies.
Om de ernst van de nieraandoening te kunnen vaststellen, zullen er urine- en bloedtesten
van de hond afgenomen worden en daaropvolgend een aangepaste behandeling worden
geadviseerd.
De niet meer goed werkende gedeelten van de nier kunnen helaas niet meer herstellen.
Maar
door de behandeling en een aangepast nierdieet, kunnen u en uw hond wel langer plezier van
elkaar hebben
|
|
Overgewicht
Overgewicht is het meest voorkomende probleem dat door verkeerde
voeding wordt veroorzaakt.
Een hond is te dik als hij meer dan 20% zwaarder is dan het
ideale gewicht.
Bij honden met een "juist" gewicht kan men de ribben goed
voelen, maar niet zien.
Omdat de verschillende in lichaamsgewicht tussen de hondenrassen
nogal uiteenlopen en voor een leek vaak moeilijk te schatten zijn, is aan te raden
uitsluitend af te gaan op het advies van uw dierenarts.
Overgewicht komt vooral voor bij oudere honden en bij honden die
gesteriliseerd/gecastreerd zijn.
Dit komt doordat deze honden minder actief zijn en een
lagere stofwisseling hebben.
Overgewicht door voedingsfouten komt ook bij puppies voor.
Als zij teveel of te lang een energierijke voeding krijgen in combinatie met te weinig
beweging, dan veroorzaakt dit een overmatige onderhuidse vetafzetting.
Gevolgen van overgewicht
Als er sprake is van overgewicht zal - net als bij mensen - ook bij de hond de kans op
bepaalde ziekten toenemen.
Overgewichtdiabetes, hart- en vaatproblemen maar ook problemen
met het skelet en bewegingsapparaat, kunnen worden veroorzaakt of toenemen door
overgewicht. Ook huid- en maagdarmproblemen en een verminderde afweer bij infecties kunnen
in verband worden gebracht met overgewicht.
Gedurende de groeifase is een regelmatige controle van het gewicht van uw hond erg
belangrijk.
Overgewicht kan in deze periode leiden tot skeletproblemen en klachten van het
bewegingsapparaat.
Tot op heden is niet bewezen dat heupdysplasie(HD) kan worden voorkomen
door speciale voedingen of diëten.
Overgewicht of een verkeerde voeding kan de klacht wel
verergeren.
|
|
Parvovirus
Deze uiterst besmettelijke virusziekte heeft aan het eind van de
zeventiger jaren een massale en vernietigende uitbraak gehad, terwijl de ziekte voor die
tijd eigenlijk niet bekend was.
Het virus wordt meestal verspreid via de uitwerpselen van
een besmette hond.
Ook buiten het lichaam van de zieke hond is het virus nog lang
besmettelijk.
Dat maakt het heel moeilijk om besmetting te voorkomen.
De meest voorkomende symptomen van de ziekte zijn heftig braken en bloederige diarree.
Daarnaast tast het virus het afweersysteem van de hond aan, waardoor de gevoeligheid voor
andere ziekteverwekkers veel groter wordt.
Soms heeft een hond het virus bij zich zonder
ziek te worden.
Preventie van Parvovirus diarree
Na de eerste explosieve uitbraak van Parvovirus diarree in 1978 ontdekten wetenschappers
een treffende verwantschap tussen het Parvovirus en het virus dat bij katten katteziekte
veroorzaakt.
Toen bleek ook, dat een vaccinatie tegen katteziekte een bescherming gaf
tegen Parvovirus diarree.
In de jaren daarna is er hard gewerkt aan de nu beschikbare
vaccins op basis van de eigenlijke ziekteverwekkers.
Parvovirus diarree kan een dramatisch verloop hebben bij honden van elke leeftijd en
daarom is een jaarlijkse vaccinatie van groot belang.
|
|
Rabies
Hondsdolheid is een ziekte die voorkomt bij alle warmbloedige
dieren en die overgebracht kan worden op de mens (zoonose).
Het is een dodelijk virus die
zich meestal pas meerdere weken na de besmetting openbaart.
De besmetting is over het
algemeen het gevolg van een beet of een krab van een geïnfecteerd dier.
Via zo'n klein
wondje verspreidt het virus zich naar de zenuwen en de hersenen.
In een later stadium van
de ziekte verspreidt het virus zich door het hele lichaam en naar de speekselklieren.
Het
speeksel is dan vaak weer de bron van infectie voor het volgende slachtoffer.
De kat en de
hond zijn door hun gedrag en levenswijze een van de dieren die de besmetting kunnen
overbrengen op de mens.
Vooral in streken waar hondsdolheid voorkomt is het zinvol de
katten en honden die buiten komen te vaccineren tegen hondsdolheid.
Dit is in het belang
van het dier zelf, maar ook in het belang van alle mensen die mogelijk door katten en
honden zouden kunnen worden besmet.
|
|
Rug en Nek hernia
Bij een rug- en nekhernia ie er sprake van een vernauwing van de
tussenwervelruimte.
De kern van de tussenwervelschijf stulpt daardoor uit naar boven.
Bij
de rughernia kan dat behalve pijn ook verlammingsverschijnselen geven door druk op het
ruggemerg.
Medicijnen helpen de plaatselijke vochtophoping en druk op het ruggemerg te
verminderen en beschadigd zenuwweefsel te genezen.
Bij de rughernia is er sprake van een ongeoorloofde druk op het ruggemerg.
Als dit niet
snel en doeltreffend behandeld wordt, kan een verlamming van de achterhand onherstelbaar
blijken te zijn.
De rughernia moet daarom uitsluitend onder bgeleiding van een dierenarts
worden behandeld.
|
|
Schurftmijt
Schurftmijten zijn vooral
sarcoptes-mijten, die op honden leven
maar ook op mensen kunnen overgaan.
Deze mijten boren tunnels in de huid van uw dier en
leggen daarin hun eitjes.
Dit zijn vaak plaatsen als oren, ellebogen en poten.
De
symptomen van deze schurftmijten zijn heftige jeuk en haarverlies.
Voordat dit aangetoond
kan worden, dient er een uitvoerig onderzoek van een afkrabsel van de huid worden
uitgevoerd.
Pas dan kan er door de dierenarts een wasbehandeling met insekticiden worden
voorgeschreven.
Het is goed te weten dat schurftmijten besmettelijk is en dat ze snel
kunnen worden overgekrabd op een gezonde hond.
|
|
Schijnzwangerschap
De naam "schijnzwangerschap" is eigelijk niet juist.
De Latijnse naam
hiervoor is lactatio abnormalis (abnormale melkproduktie).
De hond voelt zich niet zwanger
maar denkt dat ze al een nest met pups heeft.
Ze voelt zich dus op en top een moeder.
Lichaam en geest van de teef zijn er helemaal op ingesteld om pups te verzorgen.
Eigenlijk is het een onschuldige speling van de natuur.
Meestal treedt de
"schijnzwangerschap" ongeveer negen weken na de loopsheid op.
Dat is het moment
dat de teef, als ze tijdens de loopsheid gedekt zou zijn geweest, had moeten werpen.
Dus,
ondanks zat ze niet zwanger is geweest, reageren lichaam en psyche van het dier toch als
zodanig.
Wat gebeurt er:
De teef krijgt grotere melkklieren waar inderdaad ook vaak melk uit
gemasseerd kan worden of een vloeistof met een andere kleur, van bruin tot bloedrood toe.
Dat is de lichamelijke kant ervan die overigens niet altijd aanwezig is.
Veel belangrijker zijn de psychische verschijnselen:
-
Het dier wordt onrustig, ze denkt dat ze pups heeft, maar die zijn er niet.
-
Nestdrang: De teef heeft graafneigingen, trekt zich veilig terug onder een stoel
of onder de tafel, in een hoekje van de kamer of ook wel op het bed in de slaapkamer. Ze
gaat dus duidelijk op andere plaatsen liggen dan normaal.
-
Slepen met speelgoed, pantoffels, sokken, de gekste dingen. Al die zaken ziet de
hond als haar pups. Ook overdreven aandacht voor andere dieren thuis of zelfs kinderen is
zo te verklaren. Vaak heeft de teef de neiging dit alles tot het uiterste te verdedigen.
Oppassen dus.
-
Agressiever tegenover andere dieren bijvoorbeeld bij het uitlaten maar ook als er
mensen op bezoek komen. Vanuit de teef bezien volkomen verklaarbaar. Als de teef wordt
benaderd denkt ze dat ze haar denkbeeldige pups moet verdedigen en dat kan wel eens
gevaarlijker zijn voor iemand die niet weet wat er aan de hand is. In sommige gevallen kan
dit leiden tot moeilijkheden zoals het aanvallen van andere honden en af en toe van
nietsvermoedende kinderen of andere bezoekers. Dus voor de zekerheid altijd oppassen met
een schijnzwangere teef.
-
Schijnzwangere teven eten meestal minder, in een enkel geval zelfs wat meer. Het
lijkt logisch dat ze meer zouden eten omdat ze denken dat ze pups hebben, maar toch is
meestal het tegenovergestelde het geval. Mogelijk speelt nervositeit hierbij een rol.
-
Uitlaten is voor schijnzwangere honden meer een kwelling dan een plezier. Ze zijn
vaak niet naar buiten te branden omdat ze maar steeds in de buurt van hun "nest"
willen blijven. Even snel hun behoefte doen kan nog wel, maar dan weer zo snel mogelijk
naar huis.
-
Sommige schijnzwangere teven worden erg aanhankelijk, vragen voortdurend
aandacht, willen aangehaald worden of op schoot komen zitten, vaak tot op het irritante
af.
Een schijnzwangere hond hoeft niet alle hierboven genoemde symptomen tegelijk te
vertonen.
De meeste hebben last van twee of drie van deze verschijnselen.
De ernst van de
psychische uitingen van de schijnzwangerschap kan sterk variëren.
Soms is de eigen hond
helemaal niet meer herkenbaar: in een korte periode is ze helemaal anders geworden.
Het
komt regelmatig voor dat de eigenaar, nier wetende dat de teef schijnzwangere is, zich erg
ongerust maakt en met bange voorgevoelens een bezoek brengt aan de dierenarts.
Het is dan
een grote opluchting te horen dat de hond alleen maar schijnzwangere is en lichamelijk
niets mankeert.
Schijnzwangerschap kan maanden duren maar gaat nooit samen met loopsheid. het valt niet te
voorspellen welke honden het zullen worden en het maakt ook weinig uit of ze al eens een
nest gehad hebben.
De aandoening komt veelvuldig voor en bij alle hondenrassen.
Wat kunnen we eraan doen: Afleiding geven is zeer belangrijk bij de behandeling van
schijnzwangerschap, meer nog dan de toediening van medicijnen.
Laat uw hond op andere
tijden en op andere plaatsen uit dan wanneer en waar ze gewend is uitgelaten te worden of
ga eens lekker met haar ravotten.
Wat u zeker niet moet doen is het schijnzwangere gedrag
bevestigen door bijvoorbeeld speeltjes te geven, medelijden te krijgen of agressiviteit te
bestraffen.
Vaak blijkt het nodig om ook nog op andere manieren in te grijpen. reden daarvoor kunnen
zijn dat de hond zelf veel problemen lijkt te hebben met de schijnzwangerschap of als
gevolg ervan overlast veroorzaakt.
Een andere belangrijke reden is langdurige melkgift
omdat gebleken is dat de met melkvocht gevulde holten (cysten) op den lange duur kunnen
ontaarden in melkkliertumoren (borstkanker).
Met andere woorden: teven die telkens weer en
langdurig schijnzwangere worden, hebben een grotere kans om kanker aan de melkklieren te
krijgen.
Medicinaal ingrijpen kan door toediening van lichte hormonen in de vorm van een
tablettenkuur.
Ook het gebruik van homeopathische middelen blijkt in een aantal gevallen
effectief.
Bij hardnekkige gevallen verdient het de aanbeveling de teef te steriliseren.
Bij deze operatie worden de baarmoeder en eierstokken verwijderd omdat vooral de
eierstokken de boosdoeners zijn bij schijnzwangerschap.
|
|
Ziekte van Weil
Leptospirose (o.a. de Ziekte van
Weil) is een verzamelnaam van
ziekten, die veroorzaakt worden door leptospiren. Leptospiren zijn beweeglijke bacteriën,
die in staat zijn om via wondjes van het slijmvlies van neus of mondholte en zelfs via de
huid het lichaam binnendringen.
Eén van die leptospirosen is de Ziekte van Weil.
Deze ziekte komt voor bij zowel mensen
als dieren (honden en ratten bijv.).
De belangrijkste infectiebron is water, dat besmet is
geraakt met urine van dieren die geïnfecteerd zijn. Leptospirosen kunnen soms gedurende
maanden of zelfs jaren worden uitgescheiden door dieren, waarbij de infectie sluimerend in
de nieren aanwezig is.
Vooral de nieren, maar ook de lever lopen hierdoor vaak blijvende
schade op.
Soms kan een leptospirose zeer snel verlopen met als symptomen een hond met
zeer hoge koorts, gele slijmvliezen en donkergele urine
Preventie van Leptospirose
Leptospirose is niet alleen gevaarlijk voor uw hond, maar ook voor de omgeving van uw
hond.
Juist omdat Leptospirose een ziekte is, die ook een risico oplevert voor de mens, is
een jaarlijkse vaccinatie van alle honden aan te raden.
Omdat Leptospirose niet alleen
maar de Ziekte van Weil is, waarvan men denkt dat die alleen maar kan worden opgelopen als
de hond in of bij het water komt, is het óók voor een hond die nooit zwemt, toch
zinvol om het dier te beschermen tegen de gevolgen van Leptospirose. |
|
©2003 - 2008 A.v.d.Berg |
|
|